Lacerta schreiberi, de Spaanse Smaragdhagedis.
Inleiding
- Beschrijving - Verspreiding
- Voedsel - Onderlinge verdraagzaamheid
-
Het terrarium - De dieren - Voortplanting
- Eieren
Door Fons Sleijpen
Nog niet eerder verschenen.

Links - Man - - - Rechts - Vrouw
Tijdens
de eerste helft van de jaren negentig heb ik met zeer veel plezier Lacerta schreiberi
in het terrarium mogen verzorgen.
Deze schitterende hagedissensoort is nooit een veelgehouden terrariumdier geweest.
De reden hiervoor was volgens mij doordat hij nauwelijks in de handel werd aangeboden.
Tegenwoordig is hij, zoals alle Europese soorten, beschermd.
Zie voor meer bijzonderheden: Bescherming
Europese soorten



Man
Zie
om te beginnen de foto's.
Het kan wel eens moeilijk zijn om het verschil met de gewone Smaragdhagedis
(Lacerta viridis) te zien.
De gemakkelijkste manier om hier zekerheid in te krijgen is het tellen van de
rijen buikschilden.
De gewone Smaragdhagedis heeft zes rijen buikschilden; de Spaanse
Smaragdhagedis heeft er altijd acht.
Een ander kenmerkend verschil is dat bij de gewone Smaragdhagedis het blauw
op de keel altijd doorloopt tot op de halskraag, terwijl dat niet zo is bij
de Spaanse Smaragdhagedis.
Het verschil tussen mannen en vrouwen is bij deze soort goed te zien. Zie de
foto's.
Jonge dieren zien er weer anders uit. Zie ook hiervoor de foto's.
Vrouw
Zoals
de Nederlandse naam al doet vermoeden komt Lacerta schreiberi in Spanje (en
Portugal) voor.
Om precies te zijn komen ze voor in het midden en het noordwesten van het Siberisch
schiereiland. Het meest zijn ze gevonden op hoogtes tussen 800 en 1800 meter.
De dieren worden in de meest uiteenlopende biotopen aangetroffen, zoals op stapelmuurtjes,
op stenen en rotsen, op de bodem tussen het gebladerte, in droog eikenbos, in
bremstruiken of in boomstammen. Vaak is er stromend water in de directe omgeving,
maar dit is niet altijd het geval.

Jong mannetje
In de natuur zullen Spaanse Smaragdhagedissen een breed assortiment van ongewervelde dieren naar binnen werken. Alles wat in hun bek past zal gegeten worden. Ook gewervelde dieren zullen ze niet versmaden als ze ze te pakken krijgen.
In
het terrarium eten ze hetzelfde als de andere vertegenwoordigers van Lacerta
en Podarcis.
Ik voerde mijn volwassen Lacerta schreiberi met: krekels, sprinkhanen, meelwormen
en -torren, Reuzenmeelwormen en -torren, spinnen en allerelei ander insectengebroed
dat in en om het huis gevangen kon worden. Dit was ook sterk afhankelijk van
het jaargetijde.
Wanneer er een periode veel nachtvlindertjes op mijn werk rondvlogen die de
weg naar buiten niet meer konden vinden, dan aten mijn Spaanse Smaragdhagedissen
veel nachtvlindertjes.
Hetzelfde gold voor de vele spinnen die ik in het najaar kon verzamelen tijdens
mijn nachtdiensten. Af en toe kregen ze een eendagsmuisje.
Jong mannetje
De
voedseldieren (behalve de muisjes) werden altijd bestrooid met een vitamine,
kalk en mineralenpreparaat. In het drink- en sproeiwater ging altijd melkzure
kalk (een theelepeltje per liter water) en vitamine AD3 op waterbasis (9000
I.E. vitamine A en 3000 I.E. vitamine D3 per liter).
Verder lag er in het terrarium altijd her en der wat kippengrit (38,1% Calcium
- 0,05% Fosfor - Ruwe as 97,2% - Natrium 0,03%). Van dit mineralenmengsel voor
kippen werd zo nu en dan gegeten.
Ook strooide ik zo nu en dan wat sepiabrokjes in het terrarium, evenals gemalen
eischaal.
Mijn hagedissen kregen nooit UV licht.
Spaanse
Smaragdhagedissen zijn typische vertegenwoordigers van de Lacertidae. Mannen
zijn tamelijk onverdraagzaam ten opzichte van elkaar. Het is dan ook niet aan
te raden om meer dan één man in een terrarium te houden. Ongeacht de grootte
van het verblijf.
Een jong, onvolwassen mannetje heeft wel een jaar bij zijn ouders geleefd zonder
dat de heren ruzie kregen.
De dames bezorgen elkaar geen problemen; hooguit als er meerdere van hen drachtig zijn en op dezelfde plek eieren willen leggen. Maar dan gaat het meer om ruzie over de beste plek dan dat ze elkanders aanwezigheid niet kunnen verdragen. Een vrouwtje dat net haar eieren heeft gelegd zal nog een poosje in de buurt van de legplaats blijven rondhangen en deze verdedigen tegen "indringers". Dit gedrag verdwijnt vrij snel, binnen een of twee dagen.

Jong mannetje
Mijn Lacerta schreiberi hebben het terrarium jarenlang gedeeld met meerdere Parelskinken (Chalcides ocellatus). Dit leverde nooit problemen op. De Parelskinken hielden zich voornamelijk op de bodem op, terwijl de Spaanse Smaragdhagedissen de meer hoogliggende regionen van het terrarium opzochten. Wanneer ze elkaar toch tegenkwamen inspecteerden ze elkaar en gingen elk hun eigen gang. Ook lagen ze wel samen te zonnen. Dit gold voor de volwassen Parelskinken; de in het terrarium geboren jongen werden er zo snel mogelijk uitgevangen. Ongetwijfeld zal er wel eens een jong Parelskinkje als voedsel gediend hebben voor de Spaanse Smaragdhagedissen.
De Spaanse Smaragdhagedissen hebben in hetzelfde terrarium geleefd als dat waar ook de Podarcis dugesii en Nerodia fasciata in geleefd hebben. Hieronder nog maar eens een beschrijving.
Het terrarium is gebouwd in de huiskamer, direct naast de ingang. Het terrarium is min of meer driehoekig van vorm met twee korte zijkanten. De rechthoekszijden van de bodem zijn 100 en 170 cm. De hoogte is 150 cm. De voorkant bestaat uit twee naar achteren hellende schuifruiten; de rest van het terrarium is van hout gemaakt. In het plafond bevinden zich vier ronde gaten (diameter 8 cm), afgedekt met horrengaas. In de rechterzijkant bevindt zich vlak bij de bodem een afsluitbaar luchtroostertje. De linkerzijkant en de achterwand zijn helemaal beplakt met ruwe kurkplaten. Hierdoor komt het totale leefoppervlak voor de hagedissen op ruim 4 m² , waarbij de in het terrarium aanwezige takken, stronken en planten niet meegerekend zijn.
Links - Jonge Man - - - Rechts - Jonge Vrouw
Het
terrarium wordt verlicht en verwarmd door middel van twee Tl-buizen van 36 Watt,
een spot van 60 Watt en een spot van 40 Watt. De smoorspoelen van de Tl-buizen
zijn in de bodem verzonken, omgeven door kiezel en afgedekt met enkele stukken
rots. Deze stukken rots worden 45 - 50 ° C. warm. Zowel de Spaanse Smaragdhagedissen
als de Parelskinken liggen hier graag op. De spot van 60 Watt schijnt op een
schuin omhoog staande boomstam. Hierop wordt het tussen de 32 en 37 ° C. De
spot van 40 Watt is op een groot stuk kurkeikschors gericht dat op de kurkplaten
van de achterwand is geschroefd. Hierop wordt het ruim 40 ° C. Het koelste deel
van het terrarium is, afhankelijk van de kamertemperatuur, 18 tot 23 ° C.
´s Nachts daalt alles naar kamertemperatuur.
De daglengte in het terrarium is ´s zomers en ´s winters verschillend. In het najaar branden de lampen 8 - 10 uur per dag en in de zomer 16 uur. De lichtperiode wordt geleidelijk verlengd met een kwartier per week en op dezelfde wijze ook weer verkort. Tevens werden enkele spots vervangen door exemplaren met een lager wattage.

Links - Vrouw
Midden - Man
Rechts - Jonge nakweek Man
In
het terrarium zijn twee verschillende biotopen gecreëerd. Op de gehele bodem
ligt een twintig centimeter dikke laag potgrond. In het droge, warme rotsachtige
deel is de luchtvochtigheid vlak boven de verwarmde rotsen 40-50% en is de potgrond
bedekt met een 5-8 cm dikke laag kippengrit en stukken rots. Voor dit kippengrit
werd gekozen omdat het een natuurlijke aanblik geeft, goedkoop is en calcium
(38,1 %) en fosfor (0,0 5%) bevat. De hagedissen likken er zo nu en dan aan
en ik zie ze ook wel eens stukje opeten. In dit deel staan enkele vetplantjes.
Het vochtigere deel (relatieve luchtvochtigheid is 60-90%, afhankelijk van het
sproeien), is redelijk dicht beplant en koeler dan het warme deel. In dit gedeelte
is de potgrond afgedekt met een dikke laag boomschorssnippers. Hier groeit o.a.
klimop en jasmijn. Door het terrarium op deze wijze in te richten en te variëren,
bied je de dieren een scala van mogelijkheden aan, net als in de natuur. Zo
ontstaan er zeer droge, warme plekjes vlak bij koele, vochtige plekjes, iets
wat naar mijn mening voor de meeste reptielen aangenaam is.
Voorwaarde voor een dergelijke inrichting is natuurlijk wel een zo groot mogelijk
terrarium.

Jonge Man
Begin
1993 was ik zo fortuinlijk dat ik een koppeltje van deze schitterende hagedissen
kon bemachtigen. Het ging hier om wildvangdieren die eind 1992 gevangen waren
(exacte herkomst heb ik niet kunnen achterhalen, behalve dat ze uit het Spaanse
deel van het verspreidingsgebied kwamen).
De dieren hadden tijdens de winter van 1992-1993 een winterslaap ondergaan (de
duur hiervan is mij niet bekend). Bij aanschaf hadden de dieren nog grotendeels
hun jeugdtekening. Toen ik later een vergelijking met mijn nakweekdieren kon
maken, concludeerde ik dat deze twee wildvangdieren in 1991 geboren zullen zijn.
Het mannetje was 17 cm lang en het vrouwtje 16 cm bij aanschaf. Na een quarantaine
van enkele maanden in een minimaal ingericht terrarium werden ze in juni 1993
in het grote, hierboven besproken terrarium gezet. Beide dieren deden het prima
en aten goed. Op 1 juli 1993 was het vrouwtje voornamelijk bruin met een beetje
groen. Het mannetje had toen de volwassen tekening en was chocoladebruin. In
1993 vervelde het mannetje 5 x en in 1994 6 x. In 1993 vervelde het vrouwtje
5 x en in 1994 3 x.
Enkele groeigegevens.
|
Mannetje
|
Vrouwtje
|
||
|
03-04-1993
|
17 cm
|
03-04-1993
|
16 cm
|
|
14-05-1993
|
19 cm
|
14-05-1993
|
18 cm
|
|
11-06-1993
|
20 cm
|
11-06-1993
|
20 cm
|
|
15-07-1993
|
21 cm
|
15-07-1993
|
23 cm
|
|
14-08-1993
|
22 cm
|
14-08-1993
|
24 cm
|
|
28-09-1993
|
23 cm
|
28-09-1993
|
24 cm
|
|
21-04-1994
|
24 cm
|
21-04-1994
|
25 cm
|
|
02-08-1994
|
27 cm
|
02-08-1994
|
26 cm
|
|
13-10-1994
|
28 cm
|
13-10-1994
|
26 cm
|

Paring
Op 15-11-1993 gingen beide dieren in winterslaap. De winterslaap werd doorgebracht in een kunststof doos met ventilatieopeningen links en rechts. Als substraat gebruikte ik potgrond met hierop enkele stukken schors. Hieronder lagen de hagedissen. Ze groeven zich niet in. Af en toe werd er met koud water gesproeid in de overwinteringsdoos. Beide dieren likten dan wat water op. De doos met de Spanjaarden werd in een onverwarmde, doch goed geïsoleerde schuur gezet. Gemiddelde temperatuur aldaar lag tussen 4 - 8° C. Voordeel van de isolatie van de schuur was dat de temperatuur daar altijd een dag achterliep t.o.v. de buitentemperatuur. Dus wanneer het onverwacht gevroren had 's nachts was het in de schuur nog een paar graden boven nul. Dan had ik dus nog tijd genoeg om eventueel maatregelen te nemen. Bleef het vriezen, dan werd de doos met hagedissen "ter opwarming" in de koelkast gezet. Hier werd het dan 4 - 6 ° C. Tijdens de periodes dat ze in de koelkast stonden werden ze wat vaker gesproeid omdat het substraat hier sneller uitdroogde. Wanneer de schuurtemperatuur weer acceptabel was werd de winterslaapdoos weer in de schuur gezet. Op 29-12-1993 werd de winterslaap voor het mannetje beëindigd en werd hij in het grote huiskamerterrarium gezet.

Paring
Op
4-1-1994 werd het vrouwtje uit de winterslaap gehaald en bij het mannetje geplaatst.
De eerste paring vond plaats op 10-1-1994.
|
Datum
|
Gebeurtenis
|
Tijdstip
|
Temperatuur
|
Rel. luchtvochtigheid
|
|
10-01-1994
|
Paring
|
12.30
|
19 - 20 °
C
|
± 70 %
|
|
11-01-1994
|
Paring
|
11.15
|
19 - 20 °
C
|
± 70 %
|
|
13-01-1994
|
Paring
|
14.30
|
22 - 23 °
C
|
± 80 %
|
|
14-01-1994
|
Paring
|
11.35
|
20 - 21 °
C
|
± 70 %
|
|
25-01-1994
|
Paring
|
16.30
|
23 - 24 °
C
|
± 70 %
|
|
26-01-1994
|
Paring
|
16.10
|
23 - 24 °
C
|
± 70 %
|
|
29-01-1994
|
Paring
|
18.15
|
23 - 24 °
C
|
± 60 %
|
|
Na de paring
van 29 januari accepteert het vrouwtje geen paringen meer. Ze uit dat
door te vluchten of door getrappel met de voorpoten.
|
||||
|
12-02-1994
|
Vrouwtje
legt 13 eieren 's nachts.
|
|||
|
21-02-1994
|
Paring
|
11.20 .
|
22-23 ° C
|
± 80 %
|
|
10-03-1994
|
Het vrouwtje
is, vooral 's avonds, erg onrustig aan het graven en zoeken. Heb een bak
met vochtig zand op een smoorspoel gezet.
|
|||
|
12-03-1994
|
's Nachts 7
eieren gelegd, waarvan er 4 onbevrucht waren.
|
|||
|
22-03-1994
|
Paarpogingen
door het mannetje. Vrouwtje probeert hem te ontlopen en trappelt flink
met de voorpoten.
|
|||
|
03-04-1994
|
Vanaf deze
datum heb ik geen paarpogingen meer waargenomen.
|
|||
Op 7 januari 1995 gingen de dieren opnieuw in winterslaap. Anderhalve maand later werden de Spaanse Smaragdhagedissen weer in het terrarium geplaatst.

Paring
Op
12-02-1994 legde het vrouwtje 's nachts 13 eieren. De eieren zagen er perfect
uit.
De eieren werden in een zgn. krekeldoosje op een substraat van kippengrit gelegd.
In dit kippengrit werden kleine kuiltjes gedrukt waardoor alleen de bovenste
helft van de eitjes boven het grit uitstak. Het kippengrit werd vochtig gemaakt
en het krekeldoosje werd afgesloten met het daartoe bestemde dekseltje. Ventilatie
geschiedde door de minuscule gaatjes die standaard in dit soort doosjes zit.
Het broeddoosje werd in het grote terrarium in de buurt van de bodemverwarming
(smoorspoel) gezet waardoor de broedtemperatuur als volgt was:
Gedurende de nacht zakte de temperatuur geleidelijk naar 15-18 ° C. Overdag steeg de temperatuur tussen de eieren naar maximaal 30 ° C.
Na 58 dagen kropen de eerste jongen uit het ei. Zeven eieren kwamen uit, vier eieren waren onbevrucht, 1 ei bevatte een dood, volgroeid jong en een ei bevatte een tweekoppig jong met een onvolgroeid lichaam. De jongen waren 7-8 cm lang bij de geboorte. Bij een andere kweker kwamen de jongen na 48 dagen uit het ei bij een broedtemperatuur van 28,5 ° C.
Twee van de eieren werden wekelijks gemeten. Hieronder de gegevens.
|
Aantal
broeddagen
|
Datum
|
Ei 1
|
Ei 2
|
|
Gelegd
|
12-02-1994
|
11 mm x 6
mm
|
9 mm x 6
mm
|
|
7
|
19-02-1994
|
11 mm x 7
mm
|
10 mm x 6
mm
|
|
14
|
26-06-1994
|
11 mm x 7,5
mm
|
10 mm x 7
mm
|
|
21
|
05-03-1994
|
11 mm x 9
mm
|
10 mm x 7,5
mm
|
|
28
|
12-03-1994
|
12,5 mm x
9,5 mm
|
11 mm x 9
mm
|
|
35
|
19-03-1994
|
14 mm x 10
mm
|
11,5 x 10
mm
|
|
42
|
26-03-1994
|
14 mm x 10
mm
|
12 mm x 10
mm
|
|
49
|
02-04-1994
|
15 mm x 11
mm
|
12,5 mm x
10 mm
|
|
56
|
09-04-1994
|
15 mm x 11
mm
|
12,5 mm x
10 mm
|
|
58
|
Eieren begonnen uit te komen | ||
Op 12 maart 1994, exact een maand na het eerste legsel, legde het vrouwtje 's nachts zeven eieren. Hiervan waren er vier onbevrucht.

Vrouwtje, kort na het leggen van de eieren
De overige drie waren even groot en groeiden ook even hard.
De gegevens.
|
Aantal
broeddagen
|
Datum
|
Afmeting
|
|
Gelegd
|
12-03-1994
|
9 mm x 6
mm
|
|
7
|
19-03-1994
|
10 mm x 6,5
mm
|
|
14
|
26-03-1994
|
11 mm x 7,5
mm
|
|
21
|
02-04-1994
|
12 mm x 8
mm
|
|
28
|
09-04-1994
|
13 mm x 8
mm
|
|
35
|
16-04-1994
|
13 mm x 9
mm
|
|
42
|
23-04-1994
|
13 mm x 9
mm
|
|
49
|
30-04-1994
|
13 mm x 10
mm
|
|
56
|
07-05-1994
|
13 mm x 10,5
mm
|
|
60
|
11-05-1994
|
Eieren kwamen
uit.
|
In 1994 werden er dus in totaal 10 gezonde jongen geboren.
In
1995 verliepen de paringen en dergelijke grotendeels op dezelfde wijze als in
1994.
Het eerste legsel bestond uit 17 eieren waarvan er 14 gezonde jongeren opleverden.
Het tweede legsel bevatte 8 eieren. Hier kwamen 6 gezonde jongen uit.
In 1996 bestond het eerste legsel uit 12 eieren (10 gezonde jongen) en het tweede legsel uit 9 eieren (7 gezonde jongen).
In dit jaar werden de dieren van de hand gedaan i.v.m. een verhuizing.



Pas geboren dieren